Al word ik in naam de jouwe, Oscar, mijn lichaam blijft van mij.
Brief van Diana aan haar ongeboren kind vrijdag 22 juni 2001
Lieve Darwin,
Wat kan ik over jou vertellen? Je bent zo vreselijk niet. Niet gewenst, niet gepland, niet geboren. Ik heb lang getwijfeld, vandaag werd ik door een onzichtbare hand naar de computer gedwongen. Nu het te laat is. Nu je er niet meer bent. Een beetje laf, hè? En heel voorspelbaar. Maar wat moet ik anders?
Je was mijn kleine koekoeksjong. Dat was je. Je was per ongeluk in mijn nest beland. Je hoorde er niet bij. Niet helemaal. Je was wel van mij, maar niet van een duidelijke hem. Je had een moeder. Dat was ik. En een vader. Wie dat was, weet ik niet, zal ik nooit weten.
Er zijn veel directere manieren om uit te leggen hoe het zat met jou en je vader, maar daar heb ik geen zin in. Je hoeft alleen maar te weten dat het nooit de bedoeling was dat jij er zou komen. Dat ik ook niet blij was toen ik hoorde dat je in aantocht was. Ik moest erg vloeken. En meteen daarna ging ik hopen. Hopen dat je vanzelf de aftocht zou blazen. Niemand zat op jou te wachten. Niemand zat te hopen op jouw komst. Niemands gebed werd verhoord. Dat jij kon ontstaan, was een stommiteit. Het spijt me vreselijk dat ik het zover heb laten komen.
Als ik een held was geweest, was je nu nog bij me. Geloof ik soms. Als ik los van alles had durven denken, had ik je niet laten gaan. De mitsen en de maren hebben de overhand gehad. De praktische omstandigheden hebben bijgedragen aan mijn besluit. Om je niet te laten komen, bedoel ik. Ik heb ook het omgekeerde gedacht. Dat het weghalen juist dapper was. Dat het laf zou zijn om je alleen te laten zitten omdat ik je nu eenmaal niet durfde laten weghalen. Omdat ik bang was voor een smet op mijn blazoen.
Ik weet het nu niet meer zo goed. Ik weet alleen dat ik het gisteren heb gedaan. Dat wat ik nooit had gedacht dat ik zou doen. Ik had tot op het laatste moment kunnen wegrennen. Ik was vrij in mijn besluit. En ik heb gezegd: doe maar, haal het maar weg. Het was aan mij en aan mij alleen om het te doen. En ik heb het gedaan. Denk je dat dit betekent dat het juist was? Het feit dat ik al die stappen heb gezet, dat ik in actie ben gekomen, denk je dat dat iets zegt? Ik geloof dat het nogal idioot is om dit uitgerekend aan jou te vragen.
Er is geen juistheid. Het maakt niet meer uit of het juist is. Want er is geen weg terug. Dat weet ik. De weg vooruit heb ik in gedachten bewandeld. Als ik je had laten komen, was het vast ook goed gegaan. Dan had ik je na negen maanden in mijn armen gesloten en al veel eerder in mijn hart. Dan had ik van je gehouden. Daar twijfel ik niet aan. Het is alsof je roept. Alsof je scherpe vragen stelt: ‘Hield je dan niet van me? Was ik dan niet lief of leuk genoeg?’
Mijn enige verweer is dat je er niet echt was. Je was nog maar een kleine verzameling cellen. Als ik aan je denk in termen van een persoon, dan word ik erg verdrietig. Een moeder die haar eigen kind... nou ja, je weet wel. Dat hoort toch niet? Je was er wel en je was er niet. Je had er kunnen zijn.
Ik geloof dat je recht had op een gewenstheid. Dat er een vader en een moeder voor je zouden zijn die erg blij waren met je komst. Die mooie namen voor je gingen verzinnen. Die samen trots achter je wagen zouden lopen. Die moeder kon ik niet zijn. En de man die jij papa zou gaan noemen, was waarschijnlijk je vader niet. Kans één op drie dat hij het wel was. Een te kleine kans, koekoek.
Zo ben ik tot mijn besluit gekomen. Zo vat ik het samen. Ik zou je nog kunnen vertellen hoe de ingreep was. Dat het tegenviel. Dat ik op het moment dat jij werd weggezogen, geen seconde aan jou dacht. Ik had te veel pijn. Ik schrok daar erg van. Ik had niet verwacht dat het zo’n pijn zou doen. Pas later, in de uitslaapkamer, besefte dat ik geen afscheid van je had genomen. En dat een kind krijgen zo veel feestelijker is dan een zwangerschap afbreken. Toen huilde ik, net zoals ik vanavond huilde. Het is de onomkeerbaarheid die mij schrik aanjaagt. En de onuitwisbaarheid. Je bent weg, maar ik zal je nooit vergeten. De tweede keer zwanger was jij, de derde keer, zo die er ooit komt, zal een ander zijn. Mijn eerste keer was vreugdevol. Het contrast is schril. Het is niet te rijmen. Kus, Diana/mama. |
 |
Omvang: |
300 blz. |
| Bindw.: |
Paperback |
| ISBN: |
9789049999520 |
| Prijs: |
€ 15.00 |
| Status: |
Verschenen |
| Datum: |
Voorjaar 2003 |
| Bestel: |
Bol.com |
|
|