Je zal er maar mee getrouwd zijn - Heleen van Royen

Soulfood voor psychologen, vrouwen, en mannen met en zonder haar



Leesfragment 1. Het euvel
'Ha Heleen. Hoe is het met jou?'
'Ik mag niet klagen.'
'Dat is zacht uitgedrukt. Je hebt twee gezonde kinderen, een lieve man, leuk werk...'
'Ik bedoelde het letterlijk. Ik mag niet meer klagen. Van Ton. Ik wil het wel, hoor.'
'Wat is er dan?'
'We zitten in een verbouwing. Nieuwe keuken, andere vloer, muren doorgebroken. De chaos duurt al weken. Ik kan niet tegen chaos. Ik hou van orde, rust en regelmaat. Daarom woon ik in Almere.'
'Kom, zo erg kan het niet zijn. Wedden dat het hartstikke mooi wordt?'
'Ik heb kantoor aan huis. Ik probeer een nieuw meesterwerk te schrijven, weet je. Dat gaat moeilijk als er om de tien minuten een man met een vraag naast je bureau staat. Zo'n wandelende stofwolk, die zegt: 'We sluiten het water een paar uur af, mevrouwtje, wilt u emmers vullen?' Of : 'Voor die straalkachel moeten we een nieuwe groep in de meterkast plaatsen.' En dan tien minuten later: 'Eigenlijk moeten we voor dat kacheltje een hele nieuwe meterkast plaatsen, kost 1.380 euro, ex BTW, bestellen maar?' En dat zijn dan nog de stofwolken die je waarschuwen. Sommigen trekken zich überhaupt niets aan van mijn aanwezigheid. Die halen zonder enige vorm van annonce de stroom eraf, zodat mijn scherm ineens op zwart gaat. Middenin een briljante zin, natuurlijk. Ik vraag me wel eens af wat Harry Mulisch zou doen.'
'Tjonge.'
'Ik heb geen aanrecht, geen water in de keuken, geen gasstel. Elke avond sleep ik de vaat naar boven, die gooi ik in bad. Ik kleed Sam uit en gooi hem erachteraan, met een afwasborstel in zijn hand. Eerst vond-ie het leuk, mijn levende vaatwasser, maar na twee dagen weigerde hij dienst.'
'Logisch. Dat arme kind is zes.'
'Weet je hoeveel koffie die mannen drinken? Liters. En wie mag ze zetten? De werkende huisvrouw. Eentje drinkt geen koffie, Simon is dat, die wil thee. Godzijdank heb ik van mijn schoonmoeder een elektrische kookplaat te leen gekregen. Kost me weer een extra groep in de meterkast, maar Simon krijgt zijn thee.'
'Koffie zetten? Jij hebt toch een Senseo Crema, die kunnen de bouwvakkers zelf wel bedienen, hoor. Coffeepad erin, een druk op de knop en klaar.'
'*#%$)%#*!'
'Wat krijgen we nu? Je was zo blij met dat apparaat, je vond het een geweldige uitvinding, je hebt hem aan drie mensen cadeau gegeven. Ook aan mij.'
'Hij lekte.'
'Oh?'
'Servicelijn gebeld. Eerst stuurden ze een nieuw verdeelplaatje, toen een rubberen ring, ik heb alles erop gezet, niets hielp. Bij elke kop koffie spoot er water uit het deksel. Mijn aannemer lag in een deuk. 'Wist je dat niet?' zei hij. 'Dat is het euvel van die dingen.' Volgens hem zit half Nederland met een lekkende Senseo Crema.'
'Had je nog garantie?'
'Ja. Ik heb hem weggebracht. Word ik van de week gebeld door Blokker in Driebergen. 'Uw Senseo Crema is klaar, mevrouw.' Of ik hem wilde ophalen.
'In Driebergen? Waarom Driebergen?'
'Foutje van de reparatiedienst. Hebben hem verkeerd afgeleverd. Wie kan er twee uur in de auto gaan zitten voor een koffiezetter van negenenzestig euro met een kinderziekte? De schrijfster die toch nooit schrijft.'
'Je moet het niet pikken.'
'Ik heb iedereen gebeld. De reparatiedienst, de Senseo Crema Servicelijn en Manon van de klantenservice van Blokker. Manon! Hallo! Hoor je me? Ik heb niets meer van je vernomen en ik mag niet klagen, doe ik ook niet, echt niet, maar ik wacht nog steeds op antwoord.'

Leesfragment 2. Vuurproef
Twee jaar geleden ging ik naar Rotterdam, naar het Boekfeest in Ahoy. Ik zou daar signeren.
Onderweg dacht ik nog: boeken en feest, zou dat wel samengaan? Mijn hart maakte een sprongetje toen ik een lange rij touringcars voor het congrescentrum zag staan. Zou ik wel genoeg inkt bij me hebben? Een vulpen is gauw leeg. Ik voegde me in de massa en liep Ahoy binnen.
In de hal stond een groot bord.
Bezoekers van het Boekfeest moesten naar links, naar hal 5, de IJsselhal.
Bezoekers van de Poppen- en Berenbeurs moesten naar rechts, naar hal 1, de Scheldehal.
Ik sloeg linksaf. Als enige.
'Jongens, jullie gaan verkeerd,' wilde ik nog roepen, maar ze waren al weg. Naar de Poppen en Berenbeurs, waar het zwart zag van de mensen.
In de holle IJsselhal trof ik de Israëlische schrijver Meir Shalev. Hij zat achter een kraampje.
Shalev en ik hebben dezelfde uitgever: Van Gelderen heet hij, van Vassallucci. Dezelfde uitgever hebben, dat schept gelijk een band.
Shalev en ik schudden handen.
We gingen naast elkaar zitten, ieder met ons eigen stapeltje boeken.
Daar zaten we dan.
Na tien minuten vroeg de Israëlische schrijver of ik een kop koffie lustte. Dat lustte ik wel.
We gingen naar de Ahoy-restauratie. Op plastic tuinsets waren tientallen echtparen aan het lunchen. Ze hadden allemaal een of meer kinderen bij zich. En een pop. Of een beer.
Sommigen hadden een boek onder de arm. Een poppenboek. Of een berenboek.
Daar, in het Ahoy restaurant, raakten Shalev en ik al snel in een filosofische discussie verwikkeld, zoals dat nu eenmaal gaat als je twee grote schrijvers bij elkaar zet.
'Stel,' zei Shalev. 'Dat je moest kiezen. Óf je mag nooit meer schrijven. Óf je ziet je man nooit meer. Wat zou je dan doen?'
'Daar vraag je me wat,' fronste ik. 'Nooit over nagedacht. Wat zou jij doen?'
Een sfinx-achtige glimlach speelde rond zijn lippen. 'Dat ligt eraan.'
'Waaraan?'
'Als ik zeker wist, dat het goed zou gaan met mijn vrouw. Dat ze niet doodging, dat ik haar alleen maar nooit meer zou zien, zou ik kiezen voor het schrijven.'
'Echt?'
Hij knikte.
'Zou je je vrouw dan niet vreselijk missen?'
'Vast wel,' zei Shalev. 'Maar het schrijven zou ik nog veel meer missen. Schrijven is ademen. Als ik dat niet meer kan, word ik een onmogelijk mens.'
'En je kinderen?' vroeg ik. Shalev's kinderen zijn al groot. 'Als je die nooit meer mocht zien?'
'Dat is wat anders,' vond de auteur. 'Als ik moest kiezen tussen schrijven en mijn kinderen, zou ik voor mijn kinderen kiezen.'
Ik liet het op me inwerken. Shalev keek me afwachtend aan.
'Nou,' zei hij. 'Vertel op. Voor wie zou jij kiezen: voor de literatuur of voor je man?'
Ik begreep dat Shalev me op de proef stelde. Dat hij wilde weten of ik wel een echte schrijver was. Een kunstenaar, zeg maar, voor wie een oor pas een oor is als het bloedend op tafel ligt.
Ik zette mijn verbeelding aan het werk, zoals grote schrijvers dat nu eenmaal doen. Ik zag Ton van me weg lopen. Ver weg, in de richting van de Scheldehal. Hij keek niet om, ik mocht hem niet achterna lopen, ik moest alleen achterblijven. In de IJsselhal.
Eigenlijk was de keus niet zo moeilijk.
'De literatuur? Me reet,' zei ik tegen Shalev. Dit was nog in mijn verbeelding, in het echt verwoordde ik het iets vriendelijker, zoals grote schrijvers dat nu eenmaal doen.
'Ik weet niet wat jij thuis hebt zitten, maar mijn vent, mijn Ton, daar kunnen geen tien Librisprijzen tegenop.'
Daar had de Israelische schrijver niet van terug. In mijn verbeelding, dan.

Leesfragment 3. Rikketik
Mijn schoonmoeder is oud. Heel oud. Hoe oud precies mag ik niet zeggen. Dat heb ik één keer gedaan, in een Libelle-interview, toen kreeg ik de wind van voren. Terwijl ik er twee jaar afgesmokkeld had. Een rekenfoutje, maar toch, voor haar was het pure tref.
De ellende van boven de tachtig zijn, lijkt mij dat je elke dag dood kan neervallen. Boven de negentig wordt dat elk uur en boven de honderd elke minuut.
Mijn schoonmoeder ervaart zo op het oog weinig druk van het onontkoombare. Ze heeft een begrafenisverzekering, ze heeft mij het laatje in het dressoir gewezen waar de Belangrijke Papieren zich bevinden - 'Ik zeg het maar tegen jou, Ton wil er toch niet over praten.' - en ze heeft me haar pincode gegeven, zodat we haar rekening kunnen plunderen als het zover is.
Vorige week zondag dacht ik dat het zover was.
Ik zou gaan sporten. Mijn sportschool bevindt zich bij haar in de buurt. Ons ritueel gaat als volgt: ik parkeer Olivia en/of Sam bij haar, sport een uurtje, zij verwent de kinderen met snoep en limonade, ik kom terug, we drinken samen koffie en na deze win-win-situatie gaat ieder tevreden zijns weegs.
Met Sam aan boord en in trainingstenue reed ik naar mijn schoonmoeder. Onderweg belde ik om te zeggen dat we eraan kwamen.
Ze nam niet op. Ik belde weer. Ze nam niet op. Ik sprak de voicemail in. Ik belde haar mobiel. Ze nam niet op. Zondagochtend, half tien. Ze kon niet weg zijn, zulke vroege afspraken had ze nooit. Ik belde weer. Ze nam niet op. Er was maar één conclusie mogelijk: het onontkoombare had plaatsgehad.
Sam zat op de achterbank, verdiept in Donald Duck. Mijn hart bonsde in mijn keel. Wat moest ik doen? Eerst naar haar huis rijden en de boel afwikkelen of eerst sporten? Nu ze aan gene zijde was, maakte dat ene uurtje weinig uit.
Mijn geweten kwam in opstand. 'Je gaat niet sporten,' zei het. 'Misschien ligt ze wel op een halve meter van de telefoon. Te creperen. Elke seconde telt.' Soms heeft je geweten een punt. Ik stopte voor haar woning en pakte de sleutels.
'Blijf maar even in de auto,' zei ik tegen Sam. Hij knikte zonder op te kijken.
Ik sprintte de trap op. Maakte de deur open. Ik moest duwen, want ze had haar boodschappenkar tegen de deur aangezet. Tegen inbrekers, begreep ik later.
De warmte sloeg me tegemoet.
'Mary!' riep ik. 'Mary, hallo!'
Geen antwoord.
Angstig liep ik naar haar slaapkamer.
Mijn schoonmoeder lag in bed. Heel vredig. Op haar zij. En op haar goede oor, hoorde ik later. De radio speelde zacht.
'Mary! Maatje!' zei ik. 'Hallo! Zeg eens wat. Word eens wakker.'
Dat deed ze niet. Haar gezicht was in elkaar gevouwen, haar ogen zaten stijf dicht. Ik bleef zeker een volle minuut tegen haar aan praten, steeds meer radeloos en al snel in tranen. Ik moest aan haar schudden, besefte ik, om het zeker te weten.
Net toen ik mijn hand uitstrekte, hoorde ik een snurkje. Geen grote, onelegante snurk, maar toch: een onmiskenbaar snurkje.
De schone slaapster werd wakker. Het eerste wat ze zag was een enigszins verwilderde vrouw met een baseballpet. Nooit eerder kwam een tachtigplusser zo snel uit bed. We schreeuwden tegen elkaar, zoals ET en Drew Barrymore tegen elkaar schreeuwden.
Mijn schoonmoeder heeft een grote, sterke rikketik. Klop het af.

 
 
Omvang:
196 blz.
Bindw.: Paperback
ISBN: 9789050005326
Prijs: € 14.95
Status: Verschenen
Datum: Najaar 2003
Bestel: Bol.com
 
 
 
Je zal er maar mee getrouwd zijn - Fragment


   
 
Het boek
 
Fragment